Belastingtips-Nieuws

dooradmin

Verhuurderheffing 2018

Verhuurderheffing 2018 tips en vrijstellingen

Veranderingen ten opzichte van 2017

In 2018 zijn er belangrijke en interessante veranderingen in de grondslag voor de verhuurderheffing ten opzichte van de aangifte over 2017. Met de juiste toepassing kan de afdracht aanzienlijk verlaagd worden. De belangrijkste wijzigingen zijn:

1. Tarief
2. Maximale grondslag WOZ per woning (€ 250.000)
3. Vrijstelling 50 woningen per belastingplichtige (2017: 10 woningen)
4. Vrijstelling woningen met (Rijks-) monumenten status
5. Geen aangifte voor woningen met gezamenlijke eigenaar (HR; anti-discriminatie)

Toelichting op de veranderingen in 2018

1. Tarief

Het tarief voor 2018 is 0,591% van de WOZ-waarde (2017: 0,536%).
De heffing 2018 is gebaseerd op de volgende grondslagen:
• object: voor verhuur bestemde woning op of onder huurtoeslaggrens
• (HTG = € 710,68)
• grondslag: totale WOZ-waarde
• peildatum: 1 januari 2018
• heffingspercentage (over 2018 0,591% van de WOZ)
• heffingsvrije voet: 50 woningen (o.b.v. gemiddelde WOZ)

• verminderd met: definitieve investeringsverklaringen (ontvangen uiterlijk 30 september 2018 van het RVO)
• aangifte en betaling vóór maandag 1 oktober 2018

Bij de voor verhuur bestemde woningen gelden diverse uitzonderingen. Lees hiervoor de tips hieronder.

2. Maximale grondslag WOZ-waarde

Vanaf de aangifte 2018 geldt een maximale WOZ-waarde van € 250.000 per huurwoning. Dit is opgenomen in de Wet Maatregelen Woningmarkt 2014 II (WMW) in artikel 1.2 lid 1 letter h. De aanduiding “per huurwoning” staat niet letterlijk in de wet, echter in artikel 1.6 wordt gesproken over som van de “WOZ-waarden”. Hieruit zou je logischerwijs kunnen afleiden dat de maximering per huurwoning bedoeld is en niet per aangifte.

3. Vrijstelling 50 woningen per belastingplichtige

In 2018 geldt per belastingplichtige een heffingsvrije voet van de gemiddelde WOZ-waarde van de aangifte vermenigvuldigd met 50 woningen. Belastingplichtigen die 50 woningen of minder in bezit hebben krijgen geen aangifte of moeten nihil-aangifte doen.

Het begrip belastingplichtige wordt ruim uitgelegd door de wetgever. Dit kan zowel een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een groep zijn. Het groeps-begrip is in de WMH zeer ruim gedefinieerd:

de combinatie van rechtspersonen, waarbij er meer dan 50% belang is in:

  • de leiding van een andere rechtspersoon, of
  • het toezicht op die andere rechtspersoon, of
  • het kapitaal van die andere rechtspersoon.

4. Vrijstelling woningen aangemerkt als Rijksmonument

Woningen die op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet als rijksmonument zijn aangewezen vallen vanaf 2018 niet meer onder de verhuurderheffing (art. 1.2 lid 1 letter e WMW). Of een woning een dergelijke status heeft kan gecontroleerd worden in het monumentenregister. In het monumentenregister staan meer dan 63.000 objecten. Let op! Elk object kan uit verschillende woningen/adressen bestaan. Het feitelijk aantal woningen in Nederland met een monumentenstatus is dus een veelvoud van de 63.000 objecten.

5. Woningen met gedeeld eigendom

Naar aanleiding van jurisprudentie (HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:846) is door de Belastingdienst op haar website aangegeven dat woningen met gedeeld eigendom niet in de aangifte verhuurderheffing behoeven te worden betrokken. Lees hiervoor de aanwijzingen van de Belastingdienst en overleg met uw belastingadviseur over uw eigen situatie.

Checklist verhuurderheffing 2018: vrijstellingen en verminderingen

De volgende objecten (waaronder ook specifieke woningen onder de huurtoeslaggrens!) vallen niet onder de verhuurderheffing of leiden tot een vermindering van de verhuurderheffing. De vrijstellingen die het meest over het hoofd worden gezien zijn:

  • onzelfstandige woningen (bepaalde studenteneenheden, eenheden in verzorgingshuizen, verpleeghuizen)
  • zelfstandige woningen, waarvan de wooncomponent (huur) wordt gefinancierd uit de Wet langdurige Zorg (WlZ, opvolger van de AWBZ, Wet Maatschappelijke Ondersteuning of zorgverzekering)
  • woningen gekwalificeerd als roerend goed (woonwagens en containerwoningen die voldoen aan de voorwaarden)
  • woningen die verhuurd worden volgens de voorwaarden van het hotel-, pension-, of recreatiewezen (gemiddelde verhuur korter dan 6 maanden bij bijvoorbeeld internationale studenten of seizoensarbeiders)

Het complete overzicht van objecten die niet in de verhuurderheffing hoeven worden opgenomen:

Top 5 tips verhuurderheffing 2018

Tip 1. Onzelfstandige woningen

Een groot deel van de woongelegenheden voor studenten en in verzorgings- en verpleeghuizen zijn onzelfstandig. In de Memorie van Toelichting op de wet (WMW-2014-II) is op pagina 6 opgenomen dat onzelfstandige eenheden buiten beschouwing blijven van de heffing.

De Belastingdienst heeft dit tevens in haar Vraag & Antwoord Brief 2013 opgenomen. Deze is echter op internet niet meer beschikbaar. In de Vraag & Antwoord Brief 2014 ontbreekt deze uitleg. De ratio van de vrijstelling is dat voor deze eenheden in de meeste gevallen geen huurtoeslag aan de bewoners wordt toegekend.

Volgens de Vraag & Antwoord Brief 2013 van de Belastingdienst is een woning onzelfstandig als één van de volgende zaken ontbreekt:
• een eigen afsluitbare toegansdeur, of
• een eigen woon/slaapkamer, of
• een eigen keuken (aansluitpunt voor kookgelegenheid, gootsteen, aanrecht)
• een eigen wasgelegenheid.

Hierbij is van belang na te gaan hoe uw corporatie het type woning heeft geregistreerd in de vastgoed- of huuradministratie (bijvoorbeeld door een “technisch type” ). Daarnaast is van belang om vast te stellen dat de criteria overeenkomen met de definitie van de Belastingdienst. In de Memorie van Toelichting zijn geen criteria opgenomen.

Vooral bij complexen (zoals verzorgings-, en verpleeghuizen) die aan één zorgorganisatie verhuurd wordt is het van belang om een verdeling naar afzondelijk in gebruik zijnde eenheden te maken (toerekening WOZ-waarde en huur) en om na te gaan of deze eenheden onzelfstandig zijn. De laatste jaren is er een trend dat verzorgings- en verpleeghuizen aan het upgraden zijn of capaciteit ombouwen t.b.v. “Zorghotel”-functies of andere tijdelijke bewoning. Hierbij kunnen voorzieningen zijn aangebracht waardoor het onzelfstandige karakter van de eenheid verloren is gegaan.

Tip 2. Zelfstandige woningen met een zorgfunctie

Veel corporaties hebben complexen of afzonderlijke eengezinswoningen die verhuurd worden aan zorgorganisaties ten behoeve van huisvesting van bewoners waarbij financiering van de huur uit de Wet langdurige Zorg (WlZ, de opvolger van de AWBZ), de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (uitgevoerd door de Gemeente) of een zorgverzekering plaatsvindt.

Het feit dat een complex met meerdere woongelegenheden aan een zorgorganisatie verhuurd wordt, kwalificeert niet voor vrijstelling van de verhuurderheffing.

De werkelijke huur, die door de bewoner afgedragen wordt aan de zorgpartij, is van belang. Voor dergelijke complexen en woningen is het van belang om bij de zorgorganisatie de feitelijke financiering op te vragen. Per zorgorganisatie is het verstandig om een lijst met de verhuurder wooneenheden (adressen) te sturen en om na te vragen of het hier gaat om:
• een onzelfstandig eenheid, of
• financiering van de huur plaatsvindt uit de WlZ, WMO of zorgverzekering, of
• de verhuur slechts tijdelijk plaatsvindt (gemiddeld korter dan 6 maanden)
Als één van deze feiten van toepassing is, dan valt het object buiten de verhuurderheffing.

Bevestiging door de zorgpartij is hierbij van belang. Indien deze (nog) niet ontvangen is, dan is het verstandig de eenheden wel op te nemen in de aangifte verhuurderheffing en binnen 6 weken na betaling van de aangifte bezwaar te maken (zie tip 5).

Tip 3. Kortdurende verhuur

In de Wet MWM-2014-2 (art. 1.2 lid 1.3) is expliciet opgenomen dat bij objecten waarbij verhuur plaatsvindt in het kader van het hotel-, pension-, kamp en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die in die woning voor een korte periode verblijf houden, geen verhuurderheffing verschuldigd is. In de Wet Omzetbelasting is voor dezelfde categorie een uitzondering opgenomen (art. 11 lid 1.b.2). Dergelijke verhuur is onderworpen aan het verlaagde tarief omzetbelasting.

In het vastgoedbesluit d.d. 30 september 2013 is op basis van jurisprudentie een aantal criteria opgenomen waarbij sprake is van kortdurende verhuur:
• gemeubileerde ruimtes (geen zorg door bewoner voor het inventaris), en
• maximale verblijfsperiode van 6 maanden, of
• bij verblijf langer dan 6 maanden, rust op de verhuurder de bewijslast om aannemelijk te maken dat er toch sprake is van een “verblijf voor een korte periode”, bijvoorbeeld doordat
• de huurder het middelpunt van zijn maatschappelijk leven niet overbrengt naar de tijdelijke verblijfsruimte

Het is ongewenst om het hotel-, pension- of recreatiewezen in de verhuurderheffing te betrekken. In deze sector is geen sprake van huurtoeslag. Bij woningcorporaties kan dergelijke verhuur ook plaatsvinden aan bijvoorbeeld internationale studenten of seizoenarbeiders die tijdelijk in Nederland verblijven.

Tip 4. Woningen die niet bestemd zijn voor de verhuur

In de Wet is in art. 1.2 expliciet opgenomen dat de woning “voor verhuur bestemd” moet zijn om onder de verhuurderheffing te vallen.

Hiermee wordt de vraag opgeworpen wat te doen met woningen die:
• tot de verkoopportefeuile behoren en bestemd zijn voor de verkoop,
• bestemd zijn om gesloopt te worden, of
• gerenoveerd worden en (tijdelijk) niet verhuurd kunnen worden.

De Belastingdienst heeft dit in haar Vragen & Antwoorden Verhuurderheffing d.d. 15 juli 2014 ingevuld. De Belastingdienst hanteert een strikte uitleg waarbij aan 3 voorwaarden voldaan moet zijn om woningen met een andere bestemming buiten de verhuurderheffing te houden, namelijk:
1. de betreffende woning mag op 1 januari niet verhuurd zijn, en
2. de verkoop, renovatie of sloop moet uiterlijk 31 augustus van het heffingsjaar aangevangen zijn, en
3. de woning mag tussen 1 januari en verkoop-, sloop- of renovatiestartdatum niet verhuurd zijn geweest.

Bij verkoop geldt nog als aanvullende eis dat de koper tevens de woning moet gaan bewonen. Complexmatige verkoop (bijvoorbeeld aan een andere woningcorporatie) kwalificeert dus niet als grond voor de verkoopvrijstelling.

Hiermee stelt de Belastingdienst dat een woning die op peildatum is verhuurd, maar korte tijd later (bijvoorbeeld een maand later) wordt verkocht, gerenoveerd of gesloopt klaarblijkelijk bestemd was voor de verhuur. Hierdoor moet dus voor het hele boekjaar verhuurderheffing afgedragen worden (de heffing is immers een peildatum belasting) voor woningen die wellicht een groot deel van het jaar niet verhuurd zijn.

Tip 5. Bezwaar maken tegen de eigen aangifte

Inmiddels is een geschil over de uitleg van “voor verhuur bestemd” met de Belastingdienst aan de rechter voorgelegd. De kwestie gaat primair om de toepassing van “voor verhuur bestemd” op woningen waarvan aangetoond kan worden dat er op peildatum reeds een andere bestemming is beoogd (zoals verkoop of sloop). Bijvoorbeeld voor woningen behorende tot de verkoopportefeuille.

De Belastingdienst biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om aan te sluiten bij deze proefprocedure. In dat geval wordt (nadat de belastingplichtige tijdig een bezwaar heeft ingediend) een vaststellingsovereenkomst tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige gesloten. In de vaststellingsovereenkomst wordt vastgelegd dat de bezwaren niet ontvankelijk worden verklaard, tenzij de hoogste gerechtelijke instantie de Belastingdienst in het ongelijk stelt. Aangezien de gerechtelijke procedure nog jaren kan duren en een uitspraak van de Hoge Raad geen terugwerkende kracht werking heeft, wordt met de vaststellingsovereenkomst bij een gunstige Hoge Raad uitspraak een mogelijke teruggave geborgd voor de afgelopen jaren.

Suppletie – aanvulling eigen aangifte voorgaande jaren is mogelijk!

Indien bij analyse van uw eigen woonobjecten blijkt dat u bepaalde vrijstellingen niet heeft toegepast kunt u uw aangifte van voorgaande jaren wijzigen. U doet dan een suppletie op uw aangifte. Kijk hiervoor op de website van de Belastingdienst: Aangifte over eerdere jaren doen en wijzigen (suppletie verhuurderheffing)

Reactie

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties over bepaalde vrijstellingen of toepassing daarvan?

Stuur gerust een mailtje naar chris@eijlders.com en ik probeer u verder te helpen.

Veel succes met de aangifte verhuurderheffing!

drs. Chris Eijlders RA RB

Bronvermelding en handige links

Evaluatie  verhuurderheffing

Aanvraag vermindering verhuurderheffing

Aangifte en bezwaar verhuurderheffing

Met dank aan mijn collega-fiscalisten bij diverse woningcorporaties voor discussies over verschillende kwesties. In het bijzonder dank aan JW voor zijn scherpe blik en opbouwende commentaar.

 Ondanks de zorgvuldige totstandkoming van dit artikel en schema’s, kunnen hieraan geen rechten worden ontleend. Het is aan te raden om voor uw specifieke situatie fiscaal advies in te winnen omdat de verhuurderheffing feitelijk georiënteerd is. Eijlders Consultancy aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele schade als gevolg van het gebruik van dit artikel of schema’s.